Het onderzoek naar blootstelling aan lichaamstrillingen op de werkplek wordt uitgeverd met behulp van de voorschriften en handreikingen van norm NEN-EN 14253.
Voor zittende werknemers wordt een speciale “seat accelerometer” op de stoel geplaatst die tijdens de metingen ingeklemd blijft tussen het zitvlak van de chauffeur en de zitting (links in bovenstaande illustratie).
De trillingsmetingen vinden plaats in drie loodrecht op elkaar staande assen, onafhankelijk van elkaar. De door de norm voorgeschreven meetrichtingen (in de bovenstaande illustratie aan de rechterzijde) worden gerespecteerd.
De versnellingen gemeten in het horizontale vlak (assen X en Y) worden vermenigvuldigd met een factor 1,4. De veronderstelling is dat trillingen in deze richting extra bezwarend zijn voor de wervelkolom.
Overigens vindt er een frequentieweging plaats van de gemeten trillingen.
De daarvoor gebruikte frequentiefilters zijn gebaseerd op biomedische modellen en zijn dus niet empirisch zoals wel het geval is bij de beoordeling van geluid (namelijk de op metingen gebaseerde A-weging).
Naast de 'praktische leidraad' NEN-EN 14253 is ISO 2631-1 van belang als basisnorm.
Het arbeidsomstandighedenbesluit bevat een actie- en een grenswaarde voor de dagelijks gemiddelde blootstelling aan trillingen. De dagelijks gemiddelde blootstelling is aangeduid met A(8) in m/s2.
Deze wordt per as (richtingen X, Y en Z) apart bepaald. De hoogste van deze drie bepaalt de uiteindelijke A(8) die wordt gebruikt voor de toetsing aan de actie- en grenswaarden.
De blootstellingsmaat is de RMS (root mean square) waarde van de versnelling die wordt gemeten. Deze RMS waarde onderwaardeert in potentie de bijdrage van schokken, zowel van individuele schokken als van repeterende schokken.
Er is een alternatieve meetgrootheid, namelijk de VDV (vibration dose value) die individuele of repeterende schokken beter beoordeeld. Het geval wil dat de Europese regels ook voor VDV een actie- en grenswaarde bevat.
Dit was een wens van de UK want die werken daar al lang mee. Het stond de lidstaten vrij om te kiezen of ze de RMS of VDV gebaseerde actie- en grenswaarde overnemen uit het EU voorschrift.
De door ons gebruikte apparatuur meet de RMS en de VDV waarden simultaan en VDV wordt dus altijd gemeten en gearchiveerd. In gevallen waar wij dat relevant achten rapporteren we resultaten ook uitgedrukt in VDV.
Dat heeft geen consequenties t.a.v. het arbeidsomstandighedenbesluit maar het kan gezondheidskundig wel relevant zijn ook VDV in beschouwing te nemen. De rekenregels voor VDV zijn wezenlijk anders dan voor RMS, hiervoor komt ISO 2631-1 in beeld.
Trillingsmetingen zijn ook mogelijk aan staande werknemers, dat is bijvoorbeeld van belang voor gebruikers van elektrische pallettrucks, denk aan het in- en uitrijden van een vrachtwagen over een dock leveler.
Voor dergelijke situaties hebben we een drie-assige opnemer op een dikke aluminum plaat gemonteerd waar de operator op kan gaan staan.
Het onderzoek vindt plaats in twee stappen: 1) Trillingsmeting per te onderscheiden werkzaamheid en 2)
berekening van het daggemiddelde aan de hand van de meetresultaten per werkzaamheid en de duur van de werkzaamheid. Een werkzaamheid kan bijvoorbeeld zijn het rijden met een bepaald voertuig over een bepaald traject,
op het rijden met een voertuig binnnen een afgebakend gebied met min of meer homogene bodemgesteldheid. Er is van alles denkbaar maar wij proberen de keuzes bij de metingen per werkzaamheid zodanig te maken dat het daggemiddelde voldoende
betrouwbaar gemeten kan worden en dat de resultaten zo veel mogelijk inzicht geven in de deelbijdrage aan het dagelijks gemiddelde.
De norm NEN-EN 14253 geeft een minimale meettijd aan van 5 minuten per werkzaamheid. Onze ervaring is dat een meting per werkzaamheid eerder minimaal 10 minuten vergt.
En om te controleren of de meting representatief is wordt dat nog herhaald, bij voorkeur met een andere werknemer. In verband met dat laatste: het gewicht (massa) van de werknemer is in de regel van invloed op het meetresultaat.
Een zwaardere werknemer is moeilijker in trilling te brengen dan een lichte en dat kan worden teruggevonden in de gemeten versnellingen. Dit is een onderwerp om te registreren en te rapporteren.