Onderzoek aan hand-armtrillingen op de werkplek vindt plaats met behulp van de voorschriften en handreikingen van norm EN-ISO 5349 deel 1 en 2.
Een drie-assige miniatuur versnellingsopnemer wordt aangebracht nabij het contactvlak van gereedschap en de hand. Dit moet zorgvuldig gebeuren:
de opnemer mag geen belemmering zijn voor een representatieve grip, wat betreft houding en kracht, en moet robuust worden bevestigd.
Idealiter zouden de trillingen in de hand zelf moeten worden gemeten maar dat is technisch niet mogelijk.
Trillings-dosismeters aan de pols kunnen trends en verschillen laten zien, maar de reproduceerbaarheid is erg laag en de resultaten zijn niet geldig voor toetsing aan het arbeidsomstandighedenbesluit.
Het arbeidsomstandighedenbesluit bevat een actie- en een grenswaarde voor de dagelijks gemiddelde blootstelling aan hand- armtrillingen. De dagelijks gemiddelde blootstelling is aangeduid met A(8) in m/s2.
Deze wordt per as (richtingen X, Y en Z) bepaald, de kwadratische som van deze drie bepaalt de uiteindelijke A(8) die wordt gebruikt voor de toetsing aan de actie- en grenswaarden.
Blootstelling aan schokken, vaak zijn dat repeterende schokken, worden met de door de norm voorgeschreven methode sterk onderschat. Dat geldt ook voor blootstelling aan hoog-frequente trillingen, die treden bijvoorbeeld op bij hoog-toeren roterend gereedschap, zoals een schuurtol met een toerental van pakweg 15.000 rpm of hoger. Voor een betere beoordeling van de blootstelling aan hoog-frequente trillingen is een ISO Technical Report beschikbaar: TR 18570. Deze beschijft een alternatieve frequentieweging die deels op empirische data en deels op een biomedisch model is gebaseerd. Het klassieke biomedische model bevatte geen betrouwbare modellering van bloedvaten, het model dat is gebruikt in ISO TR 18570 beoogt daar wel rekening mee te houden. Helaas is er geen commercieel apparatuur verkrijgbaar die het frequentiefilter van ISO TR 18570 heeft ingebouwd. Wij voeren dergelijke metingen uit met een benaderingswijze aan de hand van een smalbandige (FFT) frequentie-analyse. Zie ook dit Linkedin artikel.
De machineverordening (2023/1230) geeft aan dat de gemiddelde waarde van repeterende schokken in de handleiding moet worden vermeld. Helaas is deze passage opgenomen zonder dat hiervan zelfs maar een definitie was die als uitgangspunt kan dienen voor het ontwerpen van een meetmethode. Technisch bureau van Eeden heeft de belanghebbenden hierop gewezen, helaas zonder resultaat. Hier is dan ook discussie over, een die we zo goed mogelijk proberen te volgen. Als de machineverordening hier aandacht voor eist, en er op zeker moment een breed geaccepteerde meetmethode tot stand komt, dan zal dit aspect ook in voorschriften over blootstelling worden opgenomen.
De trillingsmetingen vinden plaats in twee stappen: 1) Meting van de trillingen per te onderscheiden werkzaamheid en 2) berekening van het daggemiddelde aan de hand van de meetresultaten per werkzaamheid en de duur van de werkzaamheid. De metingen worden voldoende vaak herhaald om de reproduceerbaar te toetsen.
De bevestiging van de versnellingsopnemer is een belangrijk aandachtspunt zoals in het voorgaande al is aangegeven. Daarnaast kan de gripkracht van invloed zijn op de meetresultaten. Dit effect hangt af van het gereedschap maar het kan behoorlijk sterk zijn. Er moet altijd rekening mee worden gehouden dat een stevige grip een lager meetresultaat kan opleveren. Maar een stevige grip leidt ook tot een grotere overdracht van de trillingen en daardoor in potentie een hogere blootstelling. Het effect van invloed van de gripkracht is relevant maar zit niet in de genormeerde meetmethode.